U bent hier: Home / Over Zaltbommel / Historie

De huidige gemeente Zaltbommel is op 1 januari 1999 ontstaan door een samenvoeging van de voormalige gemeenten Brakel, Kerkwijk en Zaltbommel.

Stad Zaltbommel

De oudste berichten over de stad Zaltbommel stammen uit het jaar 850. Toen was het niet meer dan een kleine nederzetting "Bomela" geheten. In 999 kreeg de plaats recht van tol en munt, alsmede van gruit, een stof waarmee het bier tot gisting werd gebracht. Graaf Otto II van Gelre verleende in 1231 de plaats stadsrechten. In 1316 werden deze vernieuwd en bevestigd door Graaf Reinald van Gelre. Uit die periode stammen de stadsmuren.

Tot het begin van de 17e eeuw hielden de inwoners zich bezig met nijverheid en handel en de stad kende grote bloei. Rond 1629 na de verovering van 's-Hertogenbosch door Prins Frederik Hendrik nam de betekenis van Zaltbommel af omdat 's-Hertogenbosch de functie van grensplaats overnam.

Bovendien verminderde de scheepvaart op de Waal, doordat zich ter hoogte van de stad een zandplaat vormde. Toch bleef het een belangrijke stad.

Midden 19e eeuw was er betrekkelijk veel industrie en waren er 10 scholen, waaronder een Latijnse school. De stichter van het KNMI, C.H.D. Buys Ballot, was leerling van deze school. In 1869 kwam er een spoorbrug over de rivier, terwijl in 1933 de eerste verkeersbrug kwam. De Martinus Nijhoffbrug is in 1996 geopend.

Een aardige aanduiding over het oudste verleden vinden we in de stadsnaam zelf. Deze omvat in feite drie lettergrepen: Zalt, Bomm en El. Ieder van deze stukjes heeft zijn eigen betekenis. Het laatste stukje El is een restant van het Germaanse woord “Loo” , dat droge verhoogde plek betekende., waarop je kon wonen. Bom zou verwijzen naar “boom”. In combinatie met het woord “Loo” betekent dit dat het gaat om een hogere bewoonbare plek waarop veel bomen groeiden. In de dertiende eeuw is het voorvoegsel “Zalt” erbij gekomen. Dit voorvoegsel diende vooral te onderscheiding van de plaats Maasbommel. De herkomt van het voorvoegsel Zalt is niet helemaal duidelijk, aangezien er geen sprake was van belangrijke zouthandel of zoutwinning.

Streek

Ook het gebied heeft een rijke historie. In het uiterste westen waar Maas en Waal samenvloeien staat het vermaarde Slot Loevestein met als meest bekende gevangene de wereldberoemde rechtsgeleerde Hugo de Groot. Zijn befaamde ontsnapping in een boekenkist spreekt nog steeds jong en oud aan.

In nagenoeg alle kernen zijn nog resten van kastelen te vinden. In een enkel geval is een dergelijk historisch bouwwerk geheel of gedeeltelijk bewaard gebleven. Uniek is het kasteel Nederhemert dat na een jarenlange restauratie in oude luister is hersteld. Van grote historische waarde is het zestiende eeuwse woonhuis van de beruchte Gelderse veldheer Maarten van Rossum. In dit gebouw is thans een museum gevestigd. Karakteristiek voor deze gemeente is het grote aantal historische kerkgebouwen. Het meest in het oog springt natuurlijk de vermaarde deels veertiende eeuwse Sint Maartenskerk. Bekende namen uit de historie zijn; Constantijn Huijgens, Listz, karl Marx, de familie Philips, Buijs Ballot en Manet.

Nieuwe Hollandse Waterlinie

Vanuit het meer recente verleden is de Nieuwe Hollandse Waterlinie; een opvallende verdedigingslinie met tal van batterijen veelal gelegen in een schitterend landschap. Ook Slot Loevestein maakt deel uit van deze verdedigingswerken. Ook rondom de binnenstad van Zalbommel vindt men nog altijd de bijna volledige 16e eeuwse verdedingswerken, zoals de stadsmuur, de binnengracht, de omwalling met de zeven bolwerken, de buitengracht en de singels.

Strategische ligging

Dat in dit gebied zoveel kastelen zijn gebouwd had te maken met de strategische ligging in het grensgebied van Brabant, Gelderland en Holland. De Bommelerwaard was nogal eens het strijd toneel, onder andere in de Tachtigjarige Oorlog.

Strijd tegen het water

Behalve van plunderende troepen hadden de boeren in de Bommelerwaard ook veelvuldig last van steeds terugkerende dijkdoorbraken en overstromingen. De laatste overstroming van de gehele Bommelerwaard, met uitzondering van het hoger gelegen Zaltbommel, vond plaats in 1861. De Dijken werden meerdere malen verzwaard. Na de laatste hoogwaterperiode in 1995, toen alle Bommelerwaarders dienden te evacueren behalve de inwoners van Brakel, Poederoijen en Heerewaarden, volgde een nieuwe ronde van dijkverbetering.

Middel van bestaan

Behalve de strijd tegen het water werd de streek in het verleden ook gekenmerkt door de strijd tegen armoede. Het merendeel van de plattelandsbevolking bestond uit dagarbeiders of keuterboeren. In Zaltbommel lag de situatie iets anders. Hier waren ook handelaren woonachtig en tot in de zeventiende eeuw was het een welvarende handelsstad. Daarna nam de economische activiteit en daarmee de welvaart af. Later toen Nederland industrialiseerde, ging deze ontwikkeling grotendeels aan Zaltbommel voorbij. Hierdoor bleef echter wel de oude bebouwing bewaard en was restauratie in onze tijd mogelijk. Pas na de Tweede Wereldoorlog ging de welvaart in de Bommelerwaard in de pas lopen met de rest van Nederland. Dit was onder meer het gevolg van de ruilverkaveling in de streek. Tegenwoordig zijn in de gemeente Zaltbommel uiteenlopende soorten bedrijven gevestigd.

Indien u meer wilt weten over de geschiedenis van de gemeente Zaltbommel, dan kunt u met uw vragen terecht bij het Streekarchief Bommelerwaard (nieuw venster).